Twaalf uur met de trein vanuit Nederland, en dan rol je met je koffers over de kiezelstraatjes van Ascona. Je hebt geen moment het gevoel dat je nog in Zwitserland bent. Ascona ligt in Ticino, het Italiaanssprekende kanton in het zuiden van het land, aan de oever van het Lago Maggiore. Iedereen kent dat meer wel, maar meestal van de Italiaanse kant. Het Zwitserse deel is veel minder bekend. En dat is precies waarom ik deze plek een paar dagen mocht ontdekken op uitnodiging van Zwitserland Toerisme.
Alles met het openbaar vervoer
Met één reispas reis je moeiteloos van station naar boot en kabelbaan.
Wat deze reis makkelijk maakte: we deden alles met het openbaar vervoer, zonder ook maar één keer een auto nodig te hebben. Dat kon dankzij de Swiss Travel Pass, waarmee je onbeperkt reist met trein, bus en boot, en ook nog eens korting krijgt op kabelbanen. Van het treinstation tot de boot naar de Brissago-eilanden en de kabelbaan naar Cardada: met één pas kom je overal.
Pasta, zon en palmbomen
Aan de boulevard van Ascona voelt Zwitserland ineens verrassend mediterraan
Het eerste wat mij opvalt: de boulevard. Een lange rij gezellige restaurantjes pal aan het meer, waar je ’s avonds aan een tafeltje zit met een bord pasta voor je neus en de zon die wegzakt achter de bergen aan de overkant. Als ik aan Zwitserland denk, denk ik aan bergen, kaasfondue en koeien met grote bellen om hun nek. Dit bezoek aan Ticino heeft dat beeld compleet veranderd. Hier zie je palmbomen. En als je echt even wilt relaxen, is er maar één plek waar je wilt zijn: beachclub Seven Senses, met je voeten in het zand en het blauwe meer voor je. Voor even heb je dan écht het gevoel dat je op een tropisch eiland bent, terwijl je gewoon in Zwitserland zit.
Een tropische tuin midden in het meer
Op de Brissago-eilanden ontdek je palmbomen, bamboe en een botanische tuin met een bijzonder verhaal
Diezelfde tropische sfeer vind je ook op de Brissago-eilanden, een kwartiertje varen vanaf Ascona. Wit zand, helderblauw water en een klein bamboebos midden in het Lago Maggiore. De geschiedenis erachter is minstens zo bijzonder als de tuin zelf. Eind negentiende eeuw kocht barones Antoinette de Saint Léger het onbewoonde eiland en legde er een botanische tuin aan met planten van over de hele wereld. Later kwam het in handen van de rijke Duitse zakenman Max Emden, die er een villa liet bouwen maar de tuin intact liet. Sinds 1949 is het eigendom van het kanton Ticino, met meer dan 1.700 plantensoorten en zelfs een hotel waar je kunt overnachten.
Op de e-bike door de Maggia Vallei
Een relaxte fietstocht langs oude spoorbruggen, watervallen en de frisse smaak van Gazosa
Een van de mooiste dagen was de fietstocht door de Maggia Vallei. Met een gids en e-bikes van Bikeport reden we een route van zo’n 47 kilometer, grotendeels vlak omdat we in de vallei bleven. De elektrische trapondersteuning gaf ons de ruimte om rustig om ons heen te kijken in plaats van te zweten. We fietsten over oude spoorbruggen en langs watervallen, en stopten hier en daar voor een Gazosa: de typisch Italiaans-Zwitserse limonade die in dit deel van Ticino overal op tafel staat en wel wat wegheeft van 7UP, maar dan lekkerder.
Met de kabelbaan omhoog
Vanaf Cardada kijk je uit over een landschap dat laag voor laag blauwer wordt
Na zoveel tijd in de vallei was het ook tijd om een keer omhoog te gaan. Zwitserland zonder een berg op te gaan voelt voor mij niet compleet, dus namen we de kabelbaan vanaf Orselina naar boven, richting Cardada. Boven aangekomen is er een uitkijkpunt met een adembenemend zicht over de Maggia Vallei en het Lago Maggiore. Wat me het meest bijbleef, was de gelaagdheid van de bergen: de ene bergrug na de andere, elk in een iets andere tint blauw. Het lijkt net een schilderij.
Wijn proeven bij Manimatte
Bij Manimatte proef je hoe eigenzinnig en experimenteel wijn uit Ticino kan zijn
Terug beneden ontdekten we nog iets waarvan ik niet wist dat het bestond: wijn uit Ticino. Zwitserland staat niet bekend om zijn wijn, maar bij Manimatte proefden we een mooi voorbeeld van wat hier wél mogelijk is. Anna Maspoli en Luca Locatelli, de twee mensen achter het wijnmerk, werken bewust met resistente druivenrassen, die van nature beter bestand zijn tegen schimmels en ziektes. Daardoor kunnen ze nagenoeg zonder chemische bestrijdingsmiddelen werken en is hun wijn ook echt biologisch. Het resultaat zijn wijnen die van fles tot fles net even anders kunnen smaken, precies wat Anna en Luca willen. Voor hen draait wijnmaken om experimenteren en het herontdekken van oude, bijna vergeten druivenrassen uit de regio. Geen klassieke etiketten met een kasteel erop, maar vlotte, eigenzinnige branding die bij die filosofie past. Elke woensdagavond organiseren ze er een gezellige avond met muziek, waar je gewoon kunt aanschuiven om te luisteren en een glas mee te drinken.
Een lunch van eetbare planten
Tijdens een wildekruidenworkshop leer je hoeveel smaak er gewoon langs de weg groeit
Een ander hoogtepunt: de wildekruidenworkshop bij Milo Bessegner in Intragna, botanicus en gepassioneerd kenner van alles wat eetbaar is en in het wild groeit. Hij nam ons mee het veld in en wees ons op kruiden en planten waar we anders straal aan voorbij waren gelopen. Na afloop kookte hij bij hem thuis een lunch met precies de kruiden die we net hadden geplukt.
De beste risotto van mijn leven
Soms is één bord risotto genoeg om een avond onvergetelijk te maken
En dan was er nog die ene avond bij Ristorante Fiorentina, waar ik denk dat ik de lekkerste risotto van mijn leven heb gegeten. Zo goed dat ik na afloop gewoon aan de chef vroeg naar het recept. En dat kreeg ik. Mijn dag kon niet meer stuk. Het recept is in het Italiaans, maar dat vond ik geen reden om het niet met jullie te delen.
Ticino is niet het soort bestemming waar je aan denkt als iemand ‘Zwitserland’ zegt. Geen besneeuwde toppen of kaasfondues, maar palmbomen aan de boulevard, Italiaans op het menu en een tempo dat eerder Italiaans aanvoelt dan Zwitsers. Het is een deel van Zwitserland met een eigen verhaal, dat nog te weinig mensen kennen. Reden genoeg om het te gaan ontdekken.
Liefs,
Fleur
Deze reisinspiratie wordt mogelijk gemaakt door Zwitserland Toerisme.
Veelgestelde vragen over Ticino in Zwitserland
Ticino ligt in het zuiden van Zwitserland en is het Italiaanssprekende kanton van het land. De regio grenst aan Italië en voelt daardoor mediterraner aan dan veel andere delen van Zwitserland. Denk aan palmbomen, pasta, zonovergoten boulevards en dorpjes zoals Ascona aan het Lago Maggiore.
Wil je meer plekken in Zwitserland ontdekken? Bekijk dan de bestemmingsgids van Zwitserland.
Ja, Ticino is goed te ontdekken met het openbaar vervoer. Met de Swiss Travel Pass reis je gemakkelijk met trein, bus en boot door de regio. Ook uitstapjes zoals de boot naar de Brissago-eilanden en de kabelbaan naar Cardada zijn eenvoudig te combineren zonder auto.
Laat je verder inspireren over een treinreis door Zwitserland met het blog over de Grand Train Tour.
Mooie plekken om te bezoeken in Ticino zijn Ascona aan het Lago Maggiore, de Brissago-eilanden, de Maggia Vallei en Cardada. Ascona is ideaal voor een ontspannen verblijf aan het meer, de Brissago-eilanden staan bekend om hun botanische tuin en in de Maggia Vallei kun je prachtig e-biken langs bruggen, watervallen en berglandschappen.
Ticino is verrassend omdat het niet voelt als het klassieke beeld van Zwitserland. In plaats van kaasfondue, koeienbellen en besneeuwde toppen vind je hier palmbomen, Italiaans eten, wijn uit de regio en een ontspannen mediterrane sfeer. Daardoor voelt Ticino bijna als Italië, terwijl je gewoon in Zwitserland bent.
Wil je meer ontdekken? Bekijk dan ook onze blogs van regio Wallis en Bern in Zwitserland.